The Name of the Rose

On August 16, 1968, I was handed a book written by a certain Abbé Vallet, Le Manuscrit de Dom Adson de Melk, traduit en français d’après I’édition de Dom J. Mabillon(Aux Presses de l’Abbaye de la Source, Paris, 1842).

I gave Umberto Eco a second chance; now I know that he isn’t my kind of author. This was like my Art History class all over again. Except with a few murderous monks added.

With some authors, you don’t want to know other people’s opinions. With some, you need their support. I heard ‘Give him time’, ‘have patience’ and a lot of variations on that. Also that you need to appreciate an eye for detail, but there’s only so many details I can appreciate. It’s dense, I lost the story before it started, thinking back I can only remember frustrations. Besides a mild sense of interest towards the library of the monastery, some of those books sounded very cool.

I’m sure there’s plenty of other history-themed books out there I can enjoy.

The Name of the Rose, Umberto Eco, Vintage Classics Random House 2004

‘… and that’s when it fell off in my hand.’

Grey skies, grey cluds, grey knickers.

Dit is geen hoogstaande literatuur, dit is niet gevuld met diepgaande gedachten en pijnlijk mooie zinnen. De Georgia Nicholson boeken waren chick lit voor de term mainstream was, waren YA voor de term zelfs bestond. Het laat zien dat vrouwelijke tieners ook lelijke, idiote, arrogante, opgewonden gedachten kunnen hebben. En dat allemaal op een hele melige manier.

Tiener Georgia heeft het natuurlijk heel zwaar met alles. Haar idiote gezin, haar lief, haar vriendinnen, school, en de liefde. Dit behandelt ze in dagboekvorm met een hele eigen taal. Sadnosity voor verdriet, nunga-nungas voor borsten, en de echte knappe mannen zijn Sex Gods. Georgia censureert zichzelf geen moment en dat maakt haar stukken realistischer dan elke “held” in hedendaagse tienerverhalen.

Maar dan wel realistisch op de ‘dit is een tiener’ manier, verder gebeuren er zoveel dingen en zijn er zulke vreemde karaketrs dat je je af en toe afvraagt of je niet in één grote satire bent beland. Tot er weer zoiets kroms en meligs gebeurt dat je weet dat je je geen zorgen hoeft te maken: dit is gewoon een geweldig giechelboek.

‘… and that’s when it fell off in my hand.’, Louise Rennison, HarperCollins 2004

The Looking Glass Wars

Oxford, England. July 1863.

Alice in Wonderland was real, just not the way you always thought it to be. Alyss Heart is destined to become the queen of Wonderland, but horrible things happen and she has to flee to the world we know as our own. Years pass, and she’s unsure if her past is even real. Until it finds her again: she needs to save Wonderland.

It’s clear that Frank Beddor had lots of fun with this. The well-known characters and world get a spin, the plot moves fast and without any side-lining. It’s bright and colorful and silly, especially the “sound effects” used during battles.

And – a big plus in my book – it’s a stand alone story. Or can be read as stand alone. No super obvious open endings to plot lines that could have been rolled up pages ago, only neat endings. It all comes together in an enjoyable, speedy read.

The Looking Glass Wars, Frank Beddor, Egmont 2004

Something Rotten

‘Jurisfiction is the name given to the policy agency inside books.

After the messy disappointment of The Well of the Lost Plots, Jasper Fforde is back to deliver. Absurd, smart, silly and amusingly confusing. It’s full on Thursday Next.

Hamlet is walking around in the new world. So is the Minotaur, under the name of Norman Johnson. A politician tries to start a war with the Danes and everything Danish, Thursday has a son (Friday) with an eradicated husband and a croquet game needs to be won to save the world. There are also Neanderthals, evil mega corporations and chimeras, sometimes with a human arm. And don’t forget the jumps between fiction and real life, like the jurisfiction agent that happens to be a huge hedgehog.

To some this will sound as too hysterical, too crowded to have room for a plot. The first is a matter of opinion, the second definitely isn’t true. Thursday is juggling 3 – 5 cases and real life problems at the same time, and almost all of them get tied up neatly.

Tickled and relieved I can conclude that Fforde didn’t lose it after all.

Something Rotten, Jasper Fforde, Hodder and Sloughton Ltd 2004

Cooking with Fernet Branca

If you will insist on arriving at Pisa airport in the summer you will probably have to fight your way out of the terminal building past incoming sun-reddened Brits, snapping with clinking luggage.

Een boek vol met vreemde vogels. Ik weet niet waar ik last van heb, maar een deel van de boeken dat ik recent heb uitgenomen, hebben mij flink op het hoofd laten krabben. Of ik nu het gevoel heb dat ik een boodschap miste, heel het boek niet begreep of de personages niet in de vingers kreeg, het was allemaal een beetje raar. Zo ook Cooking with Fernet Branca.

Er zijn twee hoofdpersonen; Gerald en Marta. Gerald (Gerry) is een Britse ghost-writer van biografieën van sporters en hobbyist kok (met pareltjes zoals Kat Tussen Duiven of Vis Cake). Het is een zielig, chagrijnig mannetje die zichzelf heel wat vindt, graag in derde persoonsvorm over zichzelf denkt en vindt dat hij meer verdient in het leven dan wat hij nu heeft.
Marta heeft haar mafia familie in Voynoyvia (Oost Europa – fictief) achtergelaten om een succesvol componist te worden, te beginnen met werk voor een groots Italiaans regisseur. Ze is een naïef warhoofd, wil graag een goede buur zijn en er voor zorgen dat haar vader er niet achterkomt dat ze mogelijk voor een pornofilm aan het schrijven is.
Er volgen situaties in en om hun huizen (beiden waren beloofd door de makelaar dat er geen buur zou zijn, met uitzondering van één maand per jaar), op de filmset, met de mafia familie en de popster waar Gerry een biografie voor gaat schrijven.

Het is een zooitje. Voeg daar James Hamilton-Patterson’s ‘haha ik ben grappig’ schrijfstijl aan toe en je hebt een soms vervelend zooitje. Om de titel er aan de haren bij te trekken: koken met Fernet Branca laat een vreemde nasmaak achter.

Cooking with Fernet Branca, James Hamilton-Patterson, Faber and Faber 2004

A Complicated Kindness

I live with my father, Ray Nickel, in that low brick bungalow out on highway number twelve.

A Complicated Kindness tells about a small village with only Mennonites as its inhabitants. Mennonites think that the only reason you live is to die and join God in heaven, so it’s a pretty bleak place without hopes, passion or anything that could be considered fun.

Maybe it’s a compliment to Toews to say that that message comes across very well.  Main character Nomi doesn’t do anything, does care but in a very passive way and can only wait for an end, any end.  This weighs down on the reader in such a way that you will probably feel relief after you have finished this story. Next to this they are two gaps in the story, the disappearance of both Nomi’s sister and mother. There is no story about where, why or how, the fact is that they’re gone and Nomi and her father will have to deal with this.

I usually don’t flat out tell people to not read a book, but with this one ..don’t. I’m sure that if you want to read about Mennonites, there are other stories. If you do like to sink down in a pool of passiveness ..this is the book for you.

A Complicated Kindness, Miriam Toews, Faber and Faber 2004

Howl’s Moving Castle

119 min.

Weer een sprookje van Hayao Miyazaki, bekend van onder andere Spirited Away en Ponyo.

Het verhaal in het kort vertellen, doet eigenlijk afbreuk aan de film, maar omdat er weinig mensen zijn die een film willen kijken zonder enige voorkennis ..hierbij:

Disney

Hoedenmaakstertje komt onwetend tussen een vete van een heks en een tovenaar. De heks behekst haar waardoor ze in een oude vrouw verandert, ze vlucht naar de tovenaar, kan hem niets over de spreuk vertellen en wordt verliefd op hem. Daarnaast dreigt een oorlog, is de tovenaar zijn hart kwijt en wordt zijn weigering om aan de oorlog deel te nemen hem zeer kwalijk genomen. Voeg hier aan toe  de rijkheid en kleuren van Miyazaki’s beelden en je hebt een film die je dag opfrist.

Het verhaal is naturel zoet in vergelijking met de chemische suikers van  Disney en zo propvol met wezens en gewoontes dat de nieuwsgierigheid alleen maar méér geprikkeld wordt. Laat mij meer van deze wereld zien. Voor de volwassenen zijn er boodschappen van anti-oorlog en milieuvervuiling, maar het wordt nergens door de strot geduwd.

Dit was een film die ik al enkele jaren wilde kijken en nu ik hem eindelijk heb gezien, ben ik heel blij dat het geen tegenvaller was. En weet ik zeker dat ik bij de volgende Hayao Miyazaki op de eerste rang zit, om eindelijk ‘op tijd’ eens een film van hem mee te maken.

Howl’s Moving Castle, Disney 2004