Dear White People

10 x 30 min.

Ik kreeg het niet voor elkaar om de film te kijken, maar gelukkig hielp Netflix (weer eens): nu is er ook een serie.

dear-white-people-netflixMet hetzelfde gegeven: zwarte studenten op overmatig witte campus die in mindere en meerdere mate tegen racisme ingaan. Hoofdpersoon is misschien wel Sam met radioshow Dear White People, maar – heel fijn – anderen krijgen elk ook een aflevering. Iets met ‘verschillende, nodige invalshoeken’ en zo.
Zo leer je waarom sommigen “zo min mogelijk zwart” willen zijn, of hoe het is om waarheid te ontkennen voor je eigen veiligheid.

En door het evenwicht van continu activisme en ‘ik wil gewoon leven, hoe dan ook’ wordt Dear White People geen eenzijdig pamflet. Hoeft ook niet; de ervaring van met de neus op de bittere feiten gedrukt worden gebeurt toch wel.

Dear White People, Netflix 2017

The Collaborator

Captain Kadian takes a large swig from his glass tumbler, closes his eyes for a moment, smacks his lips and says, ‘The job’s not that hard, you see, you just go down once a week or fifteen days, and the money, the money is not bad at all.’

I really wanted to like this. Looking back a few days later, I appreciate the story and the story telling, but while reading it, it couldn’t hold my focus.

The story is about the nineties war in Kashmir, and the young man left behind to take care of the remains. Literally. Where others have left to fight (for India/against India), the headman’s son has the job of taking identity cards from dead bodies. He feels left behind, he feels like a failure, he lives in less than a ghost town.

So what was it that didn’t click with me? Maybe the endless dreariness, the weight of everything going on. It’s not like the prose is dull, uninspired or repetitive, but it does push you into the tightening corner of the main character’s despair.
Maybe I simply read it after the wrong book, maybe I just couldn’t handle the story.

The Collaborator, Mirza Waheed, Viking 2011

The Unseen World

“Hello,” it said.

It took a while, but this story comes with a punch. It’s about the family you choose and build, the place in society you can create and can be created for you. It’s about a love for education, knowledge and science, sometimes overruling familial love. It’s also about tragedies. Yes, I know this might not sound like the most appealing story.

Adding to that, the characters are all flawed in different kind of ways. The father figure chooses work and science over traditional parenting (and family) life, the neighbour falls regularly short in her attempts to add normalcy, the daughter is a stubborn yet passive creature. It takes a while to root for those that are all so awkwardly flawed.

David – the father – is losing the control over his mind, and Ada – his daughter – is only twelve. With his mind deteriorating, so does the world he built around her, the story he created for himself. Ada has to adjust to puberty, traditional life and saying goodbye to the father she knew, in different ways.

Science may just be the only that is left standing.

 

The Unseen World, Liz Moore, Windmill Books 2016

Lair of Dreams

Every city is a ghost.

Oh man, sometimes I’m just lucky to have a book. The first book of the series blew me away, this one -the second- easily caught up.

There’s a few new characters, a new creep and new surroundings added. But the fun, speed and adventure is still here, and I breezed through the pages once more. It’s the roaring twenties and thirties, the eye for detail without having it drag down the story.

This time there is a mysterious sleeping sickness, Diviners (and imposters) popping up around the place and terrifying metro stations. But with fun, different kind of female characters, and pizazz. I just hope I can repeat myself for the third book.

The Diviners: Lair of Dreams, Libba Bray, Little, Brown and Company 2015

Do Not Say We Have Nothing

In a single year, my father left us twice.

This was work. I don’t know how I managed to read two similarly build up novels (the other one being Disappearing Moon Cafe), but this one was the tougher of the two. Maybe because the comparison material was so recent. Both left me wondering how I’d like something contemporary written by an Asian actor.

Anyway, time moves every way but chronologically in Do Not Say We Have Nothing. Keep your head with you, because there’s a lot of characters going through a lot of things. The most brutal one, probably Mao’s ‘Cultural Revolution’ and the horrors of Tiananmen Square.

These aren’t light, bright stories. There seems to be no end to what a family can be put through, and the small, mythology-like side steps only make the difference starker. How did anyone come out alive?

It’s a novel to take in in small doses, to learn and see through another set of goggles.

Do Not Say We Have Nothing, Madeleine Thien, Granta 2016

Het Kremlin

Het Kremlin is een van de beroemdste bouwwerken in de wereld.

Een geschiedenisboek voor de toegewijde geschiedenislezer. Wat een hoeveelheid informatie, en terwijl ik alleen maar een beetje meer wilde weten over die vreemde Russen en hun geschiedenis.

Merridale gaat eeuwen terug, langs elke keer dat een deel van het Kremlin wordt gebouwd, herbouwd en afgebrand. Van stammen naar tsaren naar communisten naar ..wat er nu zit, alles mag in detail er in.

Dat is pittig, en de eindeloze opstapeling van feiten maakt het niet toegankelijker. Het kan best dat de zus van de politicus mooie oorbellen had die zeventig jaar later werd terug gevonden, maar had het redigeren niet iets scherper gekund? Misschien af en toe wat grafieken of stambomen als visuele steun?

Meer naslagwerk dan lettervreterboek dus. Al weet ik nu wel meer van de Russische geschiedenis; ik snap er de Russen alleen nog niet door.

Het Kremlin: Een politieke en culturele geschiedenis, Catherine Merridale, Nieuw Amsterdam 2013

De lege etalage

Somos felices aquí.

Een beetje minder herhaling had best gekund, Van Iperen. Zelfs als de lezer maar een hoofdstuk per keer leest, hoeven de feiten niet elk derde hoofdstuk herhaald te worden.

Trieste feiten, helaas. Cuba is niet eens de eerste (noch vast de laatste) in de categorie van landen vol (vruchtbaar) potentieel, om vervolgens vernietigd te worden door een overheid/autoriteit die de kolder in de kop krijgt. Is het eindelijk afhankelijk van de Spanjaarden, de Russen en de Amerikanen, valt alles uit elkaar door een corrupte versie van communisme/socialisme (ik vermoed dat Castro het zelf ook niet meer weet).

En dan komen de verhalen van armoede en hypocrisie. De tweede om de eerste te ontwijken, want het is niet veilig om kritiek te spuien. Ook al moeten dochters prostitueren, worden inwoners bij toeristische spots weg gehouden alsof de armoe besmettelijk is, en worden woonruimtes uit ingestorte gebouwen gecreëerd. Er is niets anders, namelijk. Voor de inwoner is er niks, behalve de zwarte markt en de onzekerheid.

Dit is een boek uit 1996, en het milde optimisme (‘In 2000 kunnen we misschien met een wederopbouw beginnen’) prikt maar een klein beetje. Kom maar met een update, Van Iperen. Laat de liefste mensen van Zuid-Amerika uitspreken of er nog iets van die hoop over is. Knip de herhalingen er uit en het pagina-aantal hoeft niet eens te veranderen.

De lege etalage: Cuba na de revolutie, Art van Iperen, Atlas 1996