Kindred

I lost an arm on my last trip home.

I’ve been told for quite some time that I couldn’t call myself a lover of the fantasy genre without having read anything by Octavia E. Butler. When my library offered some of her titles a place in the spotlight, I considered it a sign. Kindred it was.

It’s a time travel story. But this time the time traveler is a black woman from the eighties that’s pulled back into the antebellum South, ending up on a slaver’s plantation.

So instead of enjoying the history lesson and possibly being hauled as someone knowledgeable, a genius or a great but terrifying witch, Dana has to fear for her life and freedom all the time. If it looks like a slave, it probably is a slave, after all, no matter how weird she talks. Quickly she discovers a link to the house she keeps returning to, but every time she’s pulled back, it’s harder to adjust and harder to believe that this isn’t her life, these aren’t her problems.

Butler doesn’t mince words nor situations. If a slave does something its owner doesn’t agree with (this ranges from looking at them in a certain way to trying to run), punishment follows. Brutal punishment, written up in vivid detail. If Dana has to suffer, so has the reader. Every small shimmer of hope can be mistrusted, because surely it won’t last. Not in that world.

And yet it’s an incredibly easy, quick read. Maybe it’s the disaster tourist in all of us, you can’t keep your eyes off the terror.

Kindred, Octavia E. Butler, Beacon Press 1979

Advertisements

The Incorruptibles

We rode through fields burning like the plains of Hell – Fisk on the black, Banty on the roan bay, and me on Bess, the mule, leading a string of ponies.

The disappointing news: it’s part of a series. The good news: a darker fantasy without becoming overly gruesome, some tense world building without it being on the level of George R.R. Martin.

Two men need to lead a bunch of scouts, soldiers and other along a river boat full of important people. The boat is fueled by a jailed demon, the mountains are full of ancient, sardonic creatures and the family’s guest turns out to be the one reason for or against war with neighboring countries.

This is a gray, grimy fantasy, and – except for the reminiscing, oh-so-different story teller – pretty trope and cliché free. It’s up there in creations from Joe Abercrombie. There’s story and there’s world, neither of them are just very pretty.

The Incorruptibles, John Hornor Jacobs, Gollancz 2014

The Adoration of Jenna Fox

I used to be someone.

Ik heb een neus voor pittige, en/of vermakelijke YA boeken de afgelopen tijd. Het is fijn om te ontdekken dat (late) tieners meer dan driehoeksrelaties en het unlikely hero cliché naar hun hoofd geslingerd krijgen. Natuurlijk zijn buitenbeentje zijn, de eerste liefdes en opgroeien in een protesterend lijf onderdeel van het tienerleven, maar dat betekent echt niet dat er geen andere verhalen geschreven kunnen worden. Zoals The Adoration of Jenna Fox.

Jenna wordt wakker uit een coma na een ongeluk dat alleen maar zo wordt aangeduid: Het Ongeluk. Haar vader is afwezig, haar moeder is zenuwachtig zodra ze in de buurt komt, terwijl haar oma van haar kleindochter lijkt te walgen. Er is iets aan de hand, maar hoe er achter te komen wanneer iedereen doet alsof de neus bloedt?

Haar antwoorden worden vergezeld met vraagstukken over menselijkheid, de ziel, medisch ingrijpen en hoe ver een ethische grens verschoven kan worden. Het is thriller, familieverhaal en medische megalomanie.

The Adoration of Jenna Fox, Mary E. Pearson, Henry Holt and Company 2008

Wicker

This wasn’t grief Davis felt, staring at her so-still feet pointing at impossible angles to the tight synthetic weave of charcoal carpet.

Is klonen ethisch? Bestaat er zoiets als een ziel en zo ja, kloon je die ook? Wat zijn de regels voor het klonen van mensen, en is de kloon wel een compleet nieuw mens, op zijn of haar DNA na? Kevin Guilfoile oppert een rij interessante vragen, maar omkleedt het in zo’n bizar verhaal dat ze er bijna in stikken.

De dochter van een kloondokter wordt vermoord. De kloondokter komt per ongeluk aan het DNA van de moordenaar en besluit een kloon van hem te maken, zodat hij hem over X aantal jaar kan vinden. Gelukkig wordt verder in het boek steeds meer getwijfeld aan zijn motivatie en acties, maar dat iemand die vast allemaal eden heeft moeten zweren ..doet Davis het allemaal wel heel makkelijk.

Combineer dit met een religieuze antikloonactivist, een seriemoordenaar en een poging tot sociaal commentaar op online leven en de game cultuur en het komt over als een detective die graag de Grote Vragen Des Levens wilt bespreken, maar er ook weer niet te veel tijd aan wilt besteden.

Wicker, Kevin Guilfoile, Joseph 2005