The Stolen Child

Don’t call me fairy.

I wanted to read this book as soon as I read a review about it seven years ago. I liked the combination of mythology, the lost children trope and the fairy tale feeling to the entire novel. So now, having read it seven years later, I’m glad it didn’t disappoint.

The Stolen Child is about changelings, children that are stolen and replaced by hobgoblins. In this novel, the reader gets both sides of the stories, the thief and the stolen one. The hobgoblin becomes Henry Day, a seven year old human boy. Henry Day becomes Aniday, the youngest hobgoblin of a small group of them.
Henry Day needs to get used to human life again, needs to remember to age physically, while Aniday needs to get used to nature all around him, no privacy, no hygiene and the loss of his family.

Both of them are aliens ruled by time. Henry Day needs to keep up, while Aniday loses all grip on it. The other hobgoblins, children from other centuries don’t care for it, are fine with their lives and their possible returns to the human world. Because that’s the only goal in life: find a child to change with and become part of a family again.

There is a melancholy to both of their stories, a heaviness that comes with the better (non-Disneyfied) fairy tales. I wish both of them a happy ending.

The Stolen Child, Keith Donohue, Doubleday 2006

Julian Corkle Is A Filthy Liar

Colleen Corkle knew her son had star quality from the moment he appeared.

Julian Corkle is diffeerent in a way that makes his father furious and his mother squeal “Twinkle, twinkle” a lot. Julian is pretty sure about what he wants in his life, but Tasmania in the seventies doesn’t have any room for a sparkling, fabulous, dreaming-big (pre-)teen.

Julian being out there, colourful and different doesn’t make him a love-able protagonist right away.  He is selfish, judgmental and doesn’t want someone else to be better off than him if it means it will take something from him. He is a child with no proper role model, no support and no sense of reality.

Beside the sadness, there is some very cheeky (unintentional?) humour. The characters are absurd without losing a touch to reality and it’s definitely an unconventional way to learn more about Tasmania.

With a whirl-wind ending, Julian Corkle Is A Filthy Liar will leave you with a smile and a warm feeling.

Julian Corkle Is A Filthy Liar, D.J. Connell, Blue Door 2011

The Transformation of Bartholomew Fortuno

Light from April’s full moon swept over the Museum’s facade and down the building’s marble veneer.

Bartholomew Fortuno is een vreemde vogel. Gelukkig komt dat goed uit, want hij is onderdeel van een rariteitenkabinet, een museum vol vreemde creaturen in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Hij ziet zijn staat van zijn (“Dunste man ter wereld”) als een talent en zijn bestaansrecht. Tot er een nieuw talent komt en hij controle over zijn hoofd, lijf en acties verliest.

The Transformation of Bartholomew Fortuno leest als het rariteitenkabinet als waar het in afspeelt. Het is kleurrijk, gedetailleerd en luidruchtig. Bartholomew zelf heeft een andere kijk op zaken, maar roept daar eerder medelijden dan frustratie mee op. Zijn geschiedenis is onduidelijk, zijn dagelijks leven – op een lichte vriendschap met de dikste vrouw na – erg kaal. De transformatie komt door Iel, een vrouw met een baard, omringd door mysterie. Bartholomew gaat naar buiten, hij komt onder de mensen en vreemd genoeg: hij eet weer. Naast de ontwikkelingen in het museum zorgt dit voor een kakafonie van ontwikkelingen.

Bartholomew is geen sympathiek type en waar hij pas laat achter komt, is misschien voor de lezer vrij snel duidelijk. Aan de andere kant geeft zijn zelf-medelijden en arrogantie (naar ‘normale’ mensen) misschien wel de nodige filter aan het verhaal. Dit is namelijk meer dan een opsomming van creaturen, dit zijn mensen die nergens anders terecht kunnen. Hoe kleurrijk ook de decors en kledingstukken, niets menselijks is hen vreemd.

The Transformation of Bartholomew Fortuno is een tijdsbeeld en een studie van wat dan wel de mens is.

The Transformation of Bartholomew Fortuno, Ellen Bryson, Picador 2011

Twenty Thirty

It was a normal day, or so it seemed.

Yikes. It’s not unknown that in the United States of America some things are just plain crooked. Health care and its cost, the 1% that seems to have forgotten all about humanity and sharing, dodgy things happening in taxes and so on. Twenty Thirty takes this and runs with it, painting a  cruel world in which the have and have-nots can be defined by a very clear line: age.

There are different story lines with characters on different sides. A few of the rich are young as well, a few of the (almost) poor are old, but even those that could be able to understand each other, stay at both sides of the line.

In 2030, big bucks have turned into small bucks. Tens of thousands of dollars for surgery, thousands dollars for a meal for two at a fancy restaurant. The country is in huge debt and its population gets grayer and grayer because of the discovery of some important (mostly cancer) cures. America is on a slowly dripping vaccine of money yet it’s never enough. When natural disaster hits, the relationship between young and old turns even worse.

As a twenty-something, some parts of Twenty Thirty made me nauseous. Not only the complete lack of (financial) future for the young ones, but also because age groups ruthlessly being pitted against each other. Some parts were more horrifying than any zombie-tale could come up with.

Twenty Thirty paints a bleak story. Hopefully it inspires more change than any politician.

Twenty Thirty: the real story of what happens to America, Albert Brooks, St. Martin’s Press 2011

Despicable Me 2

98 min.

Despicable Me verraste met zijn succes. Dus natuurlijk moest er een sequel komen. In tegenstelling tot Monsters University is het wel echt een vervolg.

Universal
Universal

Helaas lijdt Despicable Me 2 aan het vervolg-probleem. De film is te tam, de nieuwe karakters (op de pruikwinkeleigenaar na) dragen niets bij. Er is een dubbel plotlijntje over (eerste) liefde, maar waar het misschien wel het meest misgaat? De minions. Ze waren waarschijnlijk een groot onderdeel van het succes van de eerste film (brabbelende gele wezentjes die allerlei idiote dingen doen en het toch overleven), maar deze keer worden ze echt vééls te veel gebruikt. De paar minuten dat de meiden de tijd krijgen, zorgen ze voor de leukste scènes.

Het verhaal? Gru is nu een good guy en moet een internationale organisatie helpen een bad guy op te sporen. Hij heeft al vrij snel door wie er achter zit, maar zijn love interest (een eendimensionaal karakter dat vrijwel nooit grappig is) en de organisatie geloven hem niet.

Het is duidelijk dat bij deze film alleen aan de kleintjes en niet aan hun begeleiders is gedacht. Er zijn geen scherpe randjes of sneaky grapjes die ver over kinderhoofdjes heen zullen zeilen. Er is alleen maar lawaai, veel kleur en veel beweging.
Gelukkig is Agnes, de jongste geadopteerde dochter er nog.  Als ze nu echt in deze wereld verder willen, moeten ze maar met haar point of view vertellen hoe het is om de jongste dochter van een good bad guy te zijn. Daar zou ik nog enthousiast voor kunnen worden.

Despicable Me 2, Universal Pictures 2013

Cheet

Night is my favourite time of day.

Chick-lit times coming-of-age times thriller. One of these things is slightly different from the others. Anna Davis almost completely manages to link them together without dropping a ball.

Kathryn likes variety. Or as she puts it: why eat pastrami every day when you can go to several different restaurants. This results in five relationships; one woman, four men. None of them know about each other and Kathryn fits her name and life to every person. When she’s not around them, her life is vacant, it’s just her job as cab driver.
When she meets another man, things start to trip up. She doesn’t want a sixth relationship, but he’s thorough. Two of her boyfriends are making a mess of their lives and the new man seems to be related to their problems. Kathryn can’t keep the balls in the air any more and – both literally and figuratively – crashes.

Kathryn realizes that this can’t go on. That there are too many ways in which she’s pulled and that you can’t save yourself if you’re too busy focusing on others. She tries to change her way of life, but not before discovering boyfriend number six isn’t quite who he said he was. She met her match.

Cheet is a quick read, cheeky but never superficial. Great for one of those long winter nights, for example.

Cheet, Anna Davis, Sceptre 2001

Y

My life begins at the Y.

Wederom een verhaal over adoptie, net zoals – maar tegelijkertijd heel anders want is elk persoon geen individu – solace of the road.

Hoofdpersoon Lily/Shandi/Shannon wordt bij verschillende gezinnen gezet en elke keer weer ‘ingeleverd’, tot alleenstaande moeder Miranda haar adopteert. Dit is het begin van enige stabiliteit in haar leven, maar het betekent niet dat Shannon gelijk een nestje bouwt en op haar lauweren rust. Marjorie Celona maakt op een oncomfortabele manier duidelijk hoe belangrijk de eerste jaren van een mensenleven zijn. Shannon heeft geen achtergrond en geen wortels, wordt uit haar omgeving gehaald als men vindt dat ze er niet past. Simpele communicatie tussen mensen begrijpt ze niet, wat leidt tot frustratie aan Miranda’s kant en een nog groter gevoel van nergens thuis horen aan de hare.

Tussen Shannon’s verhaal door, is dat van haar moeder geweven. De moeder die haar achterliet op het stoepje van de YMCA omdat ze haar dochter een beter leven gunde. Dit geeft twee keer resultaat: Shannon’s leven wordt misschien nog wel zieliger, want wat voor een achtergrond heeft zo’n meisje – en tegelijkertijd is dit leven misschien wel haar beste kans, ver van de fuck ups die haar ouders waren. Drugs, alcohol, mishandeling, je gunt het geen kind.

Celona kruipt op zo’n manier onder Shannon’s huid dat haar frustraties die van de lezer worden. Waarom past ze niet op deze plek, waarom hebben haar ouders haar achtergelaten, wat moet ze in vredesnaam doen met haar leven? Wanneer ze besluit om de man op te zoeken die haar als eerste en haar moeder als laatste zag, begint het balletje te rollen. Hij laat haar op een andere manier naar haar situatie kijken, geeft haar voorzichtig handvatten.

Het is geen opkikker, dit boek. Wel vol menselijkheid.

Y, Marjorie Celona, Faber and Faber 2013