Cooking with Fernet Branca

If you will insist on arriving at Pisa airport in the summer you will probably have to fight your way out of the terminal building past incoming sun-reddened Brits, snapping with clinking luggage.

Een boek vol met vreemde vogels. Ik weet niet waar ik last van heb, maar een deel van de boeken dat ik recent heb uitgenomen, hebben mij flink op het hoofd laten krabben. Of ik nu het gevoel heb dat ik een boodschap miste, heel het boek niet begreep of de personages niet in de vingers kreeg, het was allemaal een beetje raar. Zo ook Cooking with Fernet Branca.

Er zijn twee hoofdpersonen; Gerald en Marta. Gerald (Gerry) is een Britse ghost-writer van biografieën van sporters en hobbyist kok (met pareltjes zoals Kat Tussen Duiven of Vis Cake). Het is een zielig, chagrijnig mannetje die zichzelf heel wat vindt, graag in derde persoonsvorm over zichzelf denkt en vindt dat hij meer verdient in het leven dan wat hij nu heeft.
Marta heeft haar mafia familie in Voynoyvia (Oost Europa – fictief) achtergelaten om een succesvol componist te worden, te beginnen met werk voor een groots Italiaans regisseur. Ze is een naïef warhoofd, wil graag een goede buur zijn en er voor zorgen dat haar vader er niet achterkomt dat ze mogelijk voor een pornofilm aan het schrijven is.
Er volgen situaties in en om hun huizen (beiden waren beloofd door de makelaar dat er geen buur zou zijn, met uitzondering van één maand per jaar), op de filmset, met de mafia familie en de popster waar Gerry een biografie voor gaat schrijven.

Het is een zooitje. Voeg daar James Hamilton-Patterson’s ‘haha ik ben grappig’ schrijfstijl aan toe en je hebt een soms vervelend zooitje. Om de titel er aan de haren bij te trekken: koken met Fernet Branca laat een vreemde nasmaak achter.

Cooking with Fernet Branca, James Hamilton-Patterson, Faber and Faber 2004

When God was a Rabbit

I divide my life into two parts.

A story about a brother and a sister, as the blurb on the back tells me. And it is, but it is much more the story about two people who are related to each other. The brother is always there for his younger sister, his sister always expects this and doesn’t know how her life would be if he wouldn’t. The novel is a two parter: part one for when they were young kids, the second for when they are both adults and a lot of things have happened to the both of them.

Writer Sarah Winman tries to give you a sense of security which does the opposite. Even with her vague hints, the reader steps into a world that is severely layered, unsure if he/she even wants to know about what’s going on. The relationship between brother and sister seems one way and not completely healthy, but why? How many of the implied actions and situations were only in their mind? And how could a seemingly happy childhood create such world-naive people?

A lot of things happen underneath the surface in When God was a Rabbit, but the nice thing about this novel is that the reader has the space to decide if he/she wants to look underneath it or not. Because without digging and dodging rising questions the story is an enjoyable, richly detailed one that shows genuine images of the human side of history.

 

When God was a Rabbit, Sarah Winman, Headline Review 2011

Alex Cross

101 min.

Ik vind sneak previews een leuk idee. Op deze manier kun je uitkomen bij een film waar je anders misschien nooit van gehoord had. Met een beetje geluk verbreed je zo je voorkeur (na mijn eerste sneak preview ervaring La guerre est déclaree koos ik vaker Franse films uit om te kijken). Met wat pech kom je uit bij een film als Alex Cross.

QED International

De hoofdpersoon Alex Cross is een detective die in een moordzaak terecht komt waarvan de dader een sadistische psychopaat is. Omdat hij en zijn partners een nieuwe moord voorkomen, komen ze zelf op de lijst van de moordenaar te staan. Dit is allemaal vrij recht door zee politiefilm met buddy cop elementen (er wordt meerdere malen aangestipt dat Alex en Tommy hele oude vrienden zijn). Maar dan krijgen we een montage van familiemomenten om te laten zien dat Alex meer is dan zijn beroep. Er komen hints dat de moordenaar een verleden heeft met Alex Cross en zijn partners. Een paar scènes om te laten zien dat hun baas het belangrijker vindt om verkozen te worden dan een zaak op te lossen. Hints dat er een Samenzwering op Hoog Niveau bezig is. Martel- en vechtscènes waarbij de camera weg draait als het te bruut wordt.

En dan ..is er het einde. De dader wordt opgeruimd, de Samenzwering wordt opgerold en de andere plotlijnen moet je maar vergeten want die krijgen geen fatsoenlijke afsluiting. Geen uitleg over hoe en waarom, wat er alleen maar voor zorgt dat het idee van ”wat een zooitje” versterkt wordt. Alsof Alex Cross een intelligent, gevoelig politiedrama wil zijn maar wel graag met achtervolgingen en gevechten vastgelegd in schokkerige beelden, want het moet natuurlijk wel stoer blijven.

Hopelijk biedt de volgende sneak preview weer wel iets moois.

Alex Cross, QED International, vanaf 6 december in de bioscoop

Dead and Gone

“Caucasian vampires should never wear white,” the television announcer intoned.

Here we are again, back with Sookie Stackhouse. With series like these (every novel has basically the same story line with extras and locations that are swapped around) it is somehow less easier to review it. Haven’t you read and reviewed all of them when you read one? Will there be a time that Sookie Stackhouse follows through on her idea of laying off dating and dangerous men in her life? Either way, on to the story.

Sookie Stackhouse  finds her sister-in-law (a were-panther) crucified in the parking lot of her job. Faeries are after her. Good looking men circle around her to protect her or kill her. She comes into some money and gets severely hurt. I have skipped the last three books before this one and could still pick up on every plot line. It is simply how it goes.

And yet – like the chicklits I told myself I was going to stop reading – it’s all very enjoyable. Yes, Charlaine Harris has the annoying habit to describe everyone’s clothing and hair and using the word ‘nub’ in a sex scene might have been the most libido-killing thing I ever read, but she knows how to tell an entertaining story. It moves fast, reads easily and oh well, there is almost an illusion things won’t end up right. It’s a snack.

A snack you don’t want to have every day or even every week, so I’ll say goodbye to Sookie Stackhouse for a few other novels. It’s not like I’ll be missing something anyway.

Dead and Gone, Charlaine Harris, Ace Books 2009

 

In Defence of Food

Eat food.

Michael Pollan is een schrijver die erg veel van eten houdt. Écht eten, in plaats van het overgeproduceerde poeder dat je in de supermarkten kunt kopen. Hij preekt voor seizoensgebonden groente en fruit, producten uit eigen land en niets dat je niet kunt herkennen als voedsel. Daarnaast sabelt hij de (Amerikaanse) voedsel- en ‘gezondheids’industrie neer, verhemelt hij allerlei niet-Westerse diëten en benadrukt hij dat Amerikanen echt eens moeten leren genieten van eten.

Michael Pollan is nogal een preker. En ondanks dat het boek maar 200 pagina’s is, doet hij het op zo’n manier dat het vrij snel irritant wordt. Natuurlijk is In Defence of Food geen roman die je in een nachtje uitleest, maar ik heb meer dan zes maanden over dit boek gedaan. Na de eerste vijftig pagina’s heb je tenslotte al de boodschap. Een boodschap die ik zelfs al kende door mijn beroepsgedeformeerde vader-kok. Maar dan waren er tenslotte nog de shocking facts. Die verdwenen na pagina 50, terwijl de boodschap bleef. En bleef.

Daarom zou ik eerder voorstellen (want het is wel een belangrijke boodschap) om online meneer Pollan op te zoeken, samen met termen als nutritionism, Western diet en Don’t get your food where you get your gas. Of lees dit boek en leg het opzij na vijftig pagina’s. Het scheelt het gevoel van ‘Heb ik dit niet al een keer gelezen?’

 

In Defence of Food: The Myth of Nutrition and The Pleasures of Eating, Michael Pollan, Penguin Books 2008

The Road To Mars

Fame is a terminal disease.

Eric Idle is onderdeel van de groep komieken van Monty Python, vast bekend genoeg om geen verdere introductie toe te voegen. Dit en het genre-stickertje van comedy telden mee in het besluit om dat genre toch maar weer eens een kans te geven. Humor is tenslotte vreselijk persoonlijk en ik lach om Monty Python, dus hopelijk ook om dit boek.

Op den duur gebeurde dat wel, maar met nadruk op ‘op den duur’, namelijk na honderd pagina’s in een boek van driehonderd pagina’s. Daarvoor wisselt de schrijver te vaak van Alwetende Verteller naar één van de drie hoofdpersonen en meerdere verhaallijnen waardoor ik niet te pakken kreeg waarom ik geïnteresseerd moest zijn.

Er gebeurt tenslotte genoeg in The Road To Mars. In de tweeëntwintigste eeuw reizen twee komieken, samen met een android, rond om werk te vinden in het vaudeville circuit. De android probeert te ontdekken wat nu precies humor is, terwijl de komieken tijdens een auditie voor een Hele Grote Ster verstrikt raken in een terroristisch plot. Imploderende planeetjes en ijswoestijnen komen ook voorbij. De drukte in het verhaal is dus zowel een voor- als een nadeel.

Toch raad ik het aan, voor de droogkomische humor en de afwisseling in schrijfstijlen (Carlton is bezig met een essay, de Alwetende Verteller overziet alles terwijl voor de komieken zich alles natuurlijk in vertelde tijd afspeelt). Je moet alleen even inkomen.

The Road To Mars, Eric Idle, Boxtree 1999

Vaclav & Lena

“Here, I practice, and you practice.”

There is a small sense of doom following you throughout this story. No, gloom. The expectation of Things Go Wrong. Tanner continues to walk the thin line between ‘Oh No Look Here It Comes’ and keeping the reader comfortable. After all, this is just a small story about two immigrant children who find comfort in each other, right?

Even after finishing it, I don’t know if I can answer that question. There are hints about something slumbering underneath Vaclav and Lena’s struggle to fit in with the other students, to learn English and be American instead of Russian, even though everything they know is just that. Lena talks very little, while Vaclav has a very concerned and interested parent. He dreams of becoming the next Houdini and she dreams along with him, because she doesn’t know what else to dream about.
But than something happens and the two are unraveled, have to learn to leave as separate people. The curtain is slowly pulled open, but never completely, leaving space to ponder what happened. And more importantly, what you want to have happened, because the options are open.

Vaclav & Lena is a small and silent story that will sneak underneath your skin.

Vaclav & Lena, Haley Tanner, Heinemann 2011